Jubileumlezing: Thomas Hylland Eriksen

17 oktober 2006 | Poortgebouw, Leiden | + 150 aanwezigen


Het Departement CA/OS bestond dit jaar 50 jaar, en de gelegenheid werd aangergepen om behalve het Jubileumsymposium van het Departement ook enkele grote WDO-activiteiten met een feestelijk tintje te organiseren. Uit de samenwerking tussen WDO en Departement kwamen deze Jubileumlezing en de Seminar over Latijns Amerika voort.


Professor Eriksen is bij de studenten CA/OS welbekend, zijn boek Small Places Large Issues is door elke student in het eerste jaar gelezen. Thomas Hylland Eriksen is Professor Sociale Antropologie op de Universiteit van Oslo. Hij heeft bijna dertig boeken geschreven, variërend van monografiën en standaardwerken tot eigenzinnige essays en een novelle. Twee van zijn meest bekende boeken zijn "Ethnicity and Nationalism" (1993) en "Common Denominators" (1998).

Het WDO was heel blij met zijn komst en trots om deze lezing te kunnen presenteren. Van de gelegenheid werd handig gebruik gemaakt en Prof. Eriksen is die middag toen hij aankwam in Leiden geïnterviewd door Hugo Knoppert en Lucas Vanderheijde. Lees hier het interview, dat ook in de ICA (magazine van Itiwana) verschenen is.

De lezing vond plaats in de grote zaal van het Poortgebouw, waar zich meer dan 150 mensen verzameld hadden om deze lezing bij te wonen. Aan het begin van de avond heette Edo Kort als voorzitter iedereen welkom. Prof.dr. P. Pels heeft vervolgens Thomas Hylland Eriksen verder geïntroduceerd.

Het onderwerp van de lezing van Prof. Eriksen was "Nationalism and Internet". Aan de hand van Gellners "Nations and nationalism" ging Eriksen in op het begrip nationalisme. Gellner zegt in zijn boek dat nationalisme een politiek issue is, bijvoorbeeld gebruikt bij het bepalen van grenzen of om eenheid te creëren onder je bevolking. Hoe werkt dit echter in een globaliserende wereld?

Een andere achtergrond die Eriksen gebruikte is Benedict Andersons "Imagined Community". Nationalisme is onder andere een proces van verregaande homogenisering, waarvan de taal waarschijnlijk het belangrijkste project is. Op trinidad en tobago wordt er redelijk wat internet gebruikt en engels gesproken, men ziet dat in de rest van de wereld en dan op internet als afspiegeling daarvan dat niemand iets weet van trinidad en tobago, dus besloten enkele inwoners om nationalistische sites te maken om de wereld te vertellen wie ze zijn en wat ze doen.

Een heel aantal nationalistische en transnationalistische gemeenschappen gebruiken internet intensief om hun doelen te bereiken. Ze zijn in drie groepen onder te verdelen:

 

1 Independent Struggles

Bij de Koerden bijvoorbeeld wordt internet gebruikt op een andere manier, Koerden zijn het grootste staatloze volk, ze zijn verspreid over Turkije, Iran, Irak en Syrië. Ook leven er grote groepen in Europa en Noord-Amerika. Op internet ontmoeten de Koerden elkaar en houden ze hun nationalistische idealen van een eigen staat levend, zogezegd een virtueel 'Koerdistan'.

 

2 Double Identity

Ook in Nederland bestaan er internetcommunities, bijvoorbeeld de site Marocco.nl is een initiatief van jonge Marokanen. Op deze site woord volop gediscussieerd over leven, werken, Nederland, Marokko, problemen en deugden. Zo'n site komt voort uit de problemen en vooroordelen die deze jongeren ervaren door het hebben van twee nationaliteiten. Ook in Noorwegen heb je zo'n site die heet islam.nw een site die probeert de stigmatisering van moslims aan te pakken, in Noorwegen is er ook een duidelijk verschil in religieuze identiteit met moslims en autochtone.

 

3 Surrogate Nation

Een voorbeeld van een surrogaat-natie zijn de Afrikaners in Zuid Afrika, zijn proberen al jaren hun land terug te krijgen wat ze sinds de afschaffing van de apartheid zijn kwijtgeraakt. Zij hebben op internet hun eigen virtual nation. Ze erkennen geen ander Afrika dan dat wat zij dromen: stopboergenocide.com. Een ander voorbeeld hiervan is de virtual province, dit is een initiatief van de Chileense regering voor mensen die niet meer in Chili wonen. Het is een site waar gemigreerde Chilenen met al hun vragen heen kunnen, nieuws kunnen volgens etc. dit alles om ze het gevoel te geven dat ze nog steeds bij Chili horen. "Hoe ver moet zoiets gaan?" vraagt Eriksen zich hardop af, moeten Chilenen die niet meer in Chili wonen bijvoorbeeld nog wel stemmen omdat ze bij de virtual province horen?

 

Conclusie

Internet heeft een belangrijke functie voor nationalisme, zeker voor mensen die niet meer in het land wonen. Eriksen heeft nog geen offline research gedaan, de hier gepresenteerde gegevens zijn voortgekomen uit onderzoek op internet. Interessant wordt het om online onderzoek met offline onderzoek te gaan combineren, een van de toekomstige projecten van Prof. Eriksen.

De avond werd afgesloten met een uitgebreide vragen- en discussieronde, geleid door Prof. Pels.

 


 

Deze lezing, zoals gezegd afgeleid van een eerdere lezing op SOAS London, heeft later tot een artikel geleid in Nations and Nationalism Volume 13 Issue 1, Pages 1 - 17, Published Online: 24 Jan 2007. Onderstaand het abstract van Wiley Interscience.

 

Nationalism and the Internet*

THOMAS HYLLAND ERIKSEN **


  ** University of Oslo, Norway, and Free University of Amsterdam, The Netherlands
  *Editor's note: This is the ASEN/Nations and Nationalism Ernest Gellner Nationalism Lecture, delivered at the London School of Economics and Political Science, 27 March 2006.

Copyright © ASEN/Blackwell Publishing Ltd 2007

ABSTRACT. The territorial integrity of nations is often taken as the premise for a functioning, unifying national identity. Yet, the economic and technological developments of recent decades have made it necessary to question this assumption. It can no longer be taken for granted that the people who identify with a given nation inhabit the same space, nor can it be assumed that cultural homogenisation takes place at the level of the nation through mass media. When the Internet appeared, many social scientists and commentators predicted that it would threaten the cultural integrity of nations; that the non-territorial character of the Internet would lead to fragmentation and unprecedented cultural differentiation, making it difficult, eventually impossible, to uphold a collective sense of national identity based on shared images, representations, myths and so on. Although it is too early to draw any conclusions regarding the long-term effects of the Internet, experiences so far suggest that such predictions were mistaken. In fact, nations thrive in cyberspace, and the Internet has in the space of only a few years become a key technology for keeping nations (and other abstract communities) together. Nations which have lost their territory (such as Afrikaner-led South Africa), nations which are for political reasons dispersed (such as Tamil Sri Lanka or Kurdistan), nations with large temporary overseas diasporas (such as Scandinavian countries, with their large communities in Spain during winter), or nations where many citizens work abroad temporarily or permanently (such as India or Caribbean island-states), appear in many sites on the Internet – from online newspapers and magazines to semi-official information sites and 'virtual community' homepages. In a 'global era' of movement and deterritorialisation, the Internet is used to strengthen, rather than weaken, national identities.