WDO bij kaarslicht: een gesprek met Arno Adelaars
17 December 2013 | FSW, Leiden | 19 aanwezigen

 

Een inspirerende intieme avond bij kaarslicht, met ongeveer 20 mensen aanwezig vertelde Arno Adelaars over zijn vele ervaringen, zowel recreatief als voor onderzoeksdoeleinden, met psychedelica. Hoewel er geen sprake was van participerende observatie zorgde de verhalen van Arno in combinatie met de sfeer van de avond bij kaarslicht voor een geestverruimende ervaring.

 

Hoewel Arno Adelaars zelf geen wetenschappelijk onderwijs heeft genoten, weet hij zeker wel wat het inhoudt om onderzoek uit te voeren. Al vroeg in zijn jeugd raakte Arno in aanraking met verschillende middelen, wat uiteindelijk leidde tot kansen om hier boeken over te schrijven. Zo werd Arno een onderzoeker op dit gebied. Hij maakt veel gebruik van een antropologisch perspectief, wat voor ons antropologen in de dop natuurlijk interessant is om te horen. Voor onderzoek over psychedelische middelen en de werking ervan gelooft Arno heilig in participerende observatie.

 

Arno vertelde veel mooie verhalen over zijn ervaringen met deze participerende observatie. Zowel over de house cultuur met XTC, maar ook over sjamanen in Zuid Amerika en middelen als ayahuasca. Ayahuasca betekend in Quecha (een inheemse taal in Zuid Amerika) de liaan van de ziel. De ziel staat in deze cultuur niet alleen voor het leven maar ook voor de dood, door het nemen van ayahuasca gaan sjamanen dus de grens tussen leven en dood over, naar andere werelden.

 

Arno vertelde veel over de Kogi, een volk in Zuid Amerika waar hij veel tijd heeft doorgebracht. Prachtige beschrijvingen over het aankomen in het veld herinnerde mij aan de verhalen in de methodologie boeken van antropologie over het starten van veldwerk. Vol geur en kleur beschreef Arno niet alleen de volken waarbij hij onderzoek heeft gedaan maar ook hoe het voelt om met deze inheemse volken verschillende middelen te nemen. Deze verhalen namen ons mee naar veel verschillende locaties en hebben ons geïnspireerd.

 

Geschreven door: Marit Jansen